18 oktober 2016

Column 'Feitenvrije politiek'

Jan Schippers

Feitenvrije politiek

Bij het nationale verkiezingsdebat in de hal van de Tweede
Kamer in september 2012 was er een nieuw fenomeen. De NOS had factcheckers
ingehuurd die ter plekke uitlatingen van politici toetsten op hun juistheid.
Maar heeft zo’n feitencontrole wel zin? Als ik me niet vergis, lijken steeds minder
kiezers zich iets aan te trekken van de feiten of wat deskundigen zeggen. Ieder
heeft zo z’n eigen waarheid.

Brexit

Neem het Brexit-referendum. De Leave-campagne strooide
kwistig met het gegeven dat de Britse contributie aan de Europese Unie 350
miljoen pond per week bedroeg. Dat bedrag zou veel beter aan gezondheidszorg besteed
kunnen worden. Als een slogan stond dat met koeienletters op een knalrode bus
waarmee de ‘leavers’ door het land toerden. Dat deze leus van geen kant klopte,
werd snel duidelijk. Want ‘Brussel’ gaf wekelijks rond de 214 miljoen pond aan
Westminster retour. Maar dat deerde de ‘leavers’ niet en hun rode karavaan trok
verder. Nauwelijks was de uitslag van het referendum bekend (52% van de kiezers
steunde de Brexit) of Nigel Farage erkende dat de belofte om het nationale
ziekenfonds met 350 miljoen pond per week te spekken een fout van de
Leave-campagne was. Alsof hem dat niet eerder was opgevallen.

Trump vs. Clinton

In de verkiezingscampagne om het Amerikaanse presidentschap
maken de kandidaten het niet minder bont. De website van PolitiFact toont een
Truth-O-Meter waarop wordt bijgehouden hoeveel van de uitspraken die Hillary Clinton
of Donald Trump doet juist of onjuist zijn. Afgelopen maandag stond de teller
voor Clinton op 266 gecheckte uitspraken, waarvan er 12 procent onwaar of
pertinente leugens zijn. Daartegenover zijn 284 uitlatingen van Trump
gecontroleerd, waarvan er 52 procent onwaar of regelrecht gelogen zijn. Toch zie
je in de opiniepeilingen dat Clinton daar matig van profiteert. Blijkbaar
zitten veel kiezers er niet zo mee dat een presidentskandidaat heel veel onjuistheden
debiteert of kletspraatjes uitkraamt. Pas na de uitgelekte video met Trumps
obscene uitspraken over vrouwen zie je dat hij in de peilingen wegzakt.

Categorie

Clinton

Trump

 

True

62

23,31

12

4,23

 

Mostly true

73

27,44

33

11,62

 

Half true

58

21,80

40

14,08

 

Mostly false

40

15,04

50

17,61

 

False

27

10,15

100

35,21

 

Pants on fire

6

2,26

49

17,25

 

 

266

 

284

 

 

Informatiemaatschappij

Doen feiten er nog toe in de politiek? We leven in een
informatiemaatschappij. Via internet kunnen we onszelf in no-time toegang
verschaffen tot een zee van gegevens. Maar daarbij treedt blijkbaar een paradox
op. Hoe meer informatie beschikbaar is, hoe minder de feiten er toe doen. Waar
ligt dat aan?

Ten eerste is er het risico van zelfoverschatting. Door de
hoeveelheid beschikbare informatie op internet denken mensen dat ook hun kennis
van zaken toeneemt. Met al die informatie die ze tot zich nemen, menen ze meer
te weten. Maar het probleem is nu juist dat ze niet altijd over de benodigde kennis
beschikken om die informatie te beoordelen op haar betrouwbaarheid.

Ten tweede treedt er scheve selectie op. Mensen ontkomen er
niet aan om te schiften in de overweldigende informatiestroom. Steeds meer actuele
informatie bereikt mensen via sociale media. En omdat mensen het meest omgaan
met gelijkgestemden, krijgen ze op die sociale media vooral berichten te zien
die passen bij hun politieke voorkeuren of maatschappelijke oriëntatie. Dit
wordt versterkt doordat de traditionele media, zoals kranten en tv-journaals,
aan invloed verliezen. Politici spelen daarop in, laten deze media vaker links
liggen en communiceren ook via facebook, twitter, blogs op internet of filmpje
op het youtube-kanaal. Dat blijkt effectiever dan het beleggen van een
persconferentie. Politici kunnen zo veel directer hun doelgroep benaderen. De
boodschap vindt z’n weg wel via het internet. Ook de SGP profiteert hiervan
omdat deze partij door de grote kranten, radio en tv vaak genegeerd wordt.

In de derde plaats is er de versterkende werking van de
technologie. Die trekt de beeldvorming verder uit het lood. Hoe zit dat? Zoekmachines
zoals Google slaan gegevens over de gebruiker op. Dit stelt ze in staat om op
basis daarvan zoekresultaten weer te geven die afgestemd zijn op de voorkeuren
van de gebruiker. Als je dus informatie zoekt over een bepaald onderwerp, dan
‘weet’ de zoekmachine wat je graag zou willen zien. Alternatieve informatie die
niet zo goed bij onze politieke voorkeuren past, krijgen we zo minder gauw
onder ogen.

Openbaring

Is er een uitweg? Als leugens politici niet meer schaden,
wanneer factcheckers als roependen in de woestijn hun werk doen … tja, dan kun
je bij de stembus maar beter afgaan op je morele kompas. Wat goed of wat slecht
is voor de samenleving is ten slotte geen kwestie van pure ratio en strikte
feiten alleen. Politiek is ethiek. Ook de staatkunde kan niet zonder openbaring
van de waarheid.

Deze column stond in het Reformatorisch Dagblad d.d. donderdag 13 oktober 2016