HomeActueelGetob over topsalarissen

Getob over topsalarissen

Publicatiedatum: 2 mei 2018

 

Column Politiek & Maatschappij, Ref Dagblad, woensdag 4 april 2018

Getob over topsalarissen

Eind vorige maand brak rumoer los over de voorgestelde loonsverhoging van 50% voor ING-topman Ralph Hamers. Zijn jaarsalaris zou van 2 naar 3 miljoen euro gaan. Dat heeft de ING-bank geweten. Rekeninghouders namen de benen. Leden van de Tweede Kamer waren verbolgen. De vakbonden protesteerden omdat gewone ING-medewerkers maar 1,7% salarisverhoging krijgen. De minister-president wees er fijntjes op dat ING in de crisisjaren werd gered door de belastingbetaler. ING trok het voorstel ijlings in.

Nu is Ralph Hamers met zijn jaarinkomen van 2 miljoen niet eens de grootste vis. Paul Polman, de baas van Unilever, gaat in 2018 rond de € 13,7 miljoen ontvangen. En mevrouw McKinstry van Wolters Kluwer spant de kroon met haar jaarsalaris van € 14,2 miljoen.

Dat ondernemers en bestuurders in de top van een bedrijf of organisatie veel geld verdienen, vindt bijna niemand een probleem. Ze steken hun nek uit en nemen risico's. Een hoger salaris voor een man of vrouw aan de top is gerechtvaardigd. Maar hoeveel hoger mag dat zijn? Als we dit aan de ‘vrije markt’ overlaten loopt het verschil tussen de top en de werkvloer steeds verder op.

Die ‘salariskloof’ is natuurlijk niet van gisteren. De beloning wordt door de Raad van Commissarissen vastgesteld. Zij laat zich vaak adviseren door beloningsadviesbureaus, die kijken naar de salarisniveaus aan de top bij andere grote ondernemingen. Dit ‘onder-ons-mechanisme’ zorgt ervoor dat de kloof tussen de beloning van de directeur-bestuurder aan de top en de medewerker op de werkvloer steeds groter wordt. Zo bedraagt het salaris van de genoemde CEO van Unilever 292 keer meer dan het gemiddelde salaris bij dit voedings- en wasmiddelenconcern.

Er zijn politieke partijen die pleiten voor overheidsingrijpen. De vraag is of dit werkt. Zo is de praktijkervaring met de Wet Normering Topinkomens - die grenzen stelt aan het inkomen van bestuurders in de publieke sector - niet positief te noemen. Het is een erg ingewikkelde wet die veel administratieve rompslomp veroorzaakt en zo aan haar doel voorbijschiet. Het lijkt mij zinniger om bij commissarissen van ondernemingen tussen de oren te krijgen dat torenhoge salarissen en variabele beloningen allerlei perverse effecten hebben.

Zo is het maar de vraag of hebzuchtige managers beter presteren dan zij die met een minder hoog salaris genoegen nemen. Prof. dr. Xavier Baeten, specialist topsalarissen aan de Vlerick Business School, zegt over de salariskloof dat het hem opvalt dat die juist minder groot is bij ondernemingen die op langere termijn beter presteren. Bedrijven die het beter doen, betalen minder aan hun topbestuurders uit en geven ook lagere bonussen. ‘Bij heel wat raden van bestuur leeft de misvatting dat men boven de markt moet betalen om een goede Chief Executive Officer aan te trekken. Terwijl uit ons onderzoek blijkt dat de niet-financiële aspecten belangrijker zijn, zoals uitdaging, het gevoel vooruitgang te boeken, en de trots om voor de organisatie te werken’, aldus Baeten.

In de code voor goed ondernemingsbestuur is vastgelegd dat er een redelijke verhouding moet zijn tussen de beloning aan de top en het inkomen van de werknemer. Een verschil met een factor 292 is niet redelijk te noemen. Het vijftienvoudige lijkt mij redelijker. Verder is het niet redelijk wanneer alleen topmanagers voor variabele beloningen of winstdeling in aanmerking komen. Alle werknemers leveren immers een bijdrage aan het ondernemingsresultaat?

Bij de variabele beloning zijn raden van Commissarissen vaak eenzijdig gefocust op de winstgevendheid van de onderneming. De topman of –vrouw zal dus daarop sturen en niet (ook) op de impact van het bedrijf op de omgeving, de vermindering van milieubelasting, de tevredenheid van het personeel en de klantentrouw. Als bedrijven verantwoord gedrag van hun topmensen willen stimuleren, waarom wegen die factoren dan niet of nauwelijks mee in de beloning?

De overheid kan wel een signaal afgeven. Bijvoorbeeld door te bepalen dat een loonsom die de factor van 15 keer het werkvloersalaris te boven gaat, niet langer als aftrekbare ondernemingskosten mag worden opgevoerd. Belastingbetalers hoeven dan niet meer mee te betalen aan gegraai aan de top.

Het tiende gebod verbiedt te begeren wat van onze naaste is. Dat geldt zowel voor topbestuurders als gewone werknemers. Gods wet bevat veel wijsheid voor het economisch leven. Want als rivaliteit en concurrentie het gehele leven gaan domineren, dan vergiftigt dat de zielen van de mensen, verwoest het de beschaving en desintegreert de economie.

Drs. Jan Schippers, directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor de SGP