HomeActueelDéjà vu 6 - Ambassade in Jeruzalem

Déjà vu 6 - Ambassade in Jeruzalem

Publicatiedatum: 17 mei 2018

Van Rossum over ambassade in Jeruzalem

In de blog Déjà vu plaatst het Wetenschappelijk Instituut tijdens het jubileumjaar mooie, diepzinnige of grappige citaten met relevantie voor nu. Dit is aflevering 6.

Begin deze week verhuisde Amerika zijn ambassade van Tel-Aviv naar (West-)Jeruzalem. Ooit was Nederland het enige Europese land dat zijn ambassade in Jeruzalem had. Dat was tot de zomer van 1980. Toen besloot het kabinet-Van Agt hals over kop om de ambassade naar Tel-Aviv te verhuizen. Arabische landen hadden gedreigd hun diplomatieke betrekkingen met Nederland te verbreken.

Er klonk stevige kritiek uit de Tweede Kamer op de handelwijze van de regering. Namens de SGP-fractie voerde ir. Henk van Rossum het woord:

“De (Nederlandse) ambassade is historisch gezien op geen enkele wijze om politieke redenen in Jeruzalem terecht gekomen. De druk, die hier direct door de Arabische Staten is uitgeoefend op Nederland en de indirecte druk die door hen via de Veiligheidsraad op ons land wordt uitgeoefend acht onze fractie een handelwijze, die nooit op zichzelf kan staan. Of het ambassadegebouw van Nederland in West-Jeruzalem staat of in Tel-Aviv is toch voor iedere Arabische Staat irrelevant. Het gaat de Arabische landen naar de mening van onze fractie niet om een ambassadezetel, maar het is ten diepste een actie die duidelijk op langere termijn gericht is tegen het bestaan van de Staat Israël. Aan zo'n actie mogen wij nimmer meewerken en dan is ook een openingszet zeer gevaarlijk. Wie via een klein gaatje het water opening geeft, loopt het gevaar een grote overstroming te veroorzaken. (…) Te vrezen is dat het niet het laatste ultimatum zal zijn en dat wat nu gebeurt niet anders is dan het loswrikken van een steen uit één van de steunpilaren van Israël met het doel het gehele gebouw te laten bezwijken.”

Om duidelijk te laten blijken dat Nederland niet van ultimatums gediend was, bepleitte Van Rossum het opschorten van de verplaatsing van de ambassade. Het bleek echter dat de regering de verhuizing al in gang had gezet nog vóórdat de Kamer zich daarover had kunnen uitspreken. Daarover was Van Rossum zeer ontstemd. Hij diende met de collega’s Verbrugh (GPV) en Nijhof (DS’70) een afkeurende motie in die door de Kamer met algemene stemmen werd aanvaard.

Deze voorgeschiedenis geeft extra steun aan het SGP-standpunt om de Nederlandse ambassade weer te verplaatsen vanuit Ramat Gan naar de stad waar de Israëlische regering resideert: Jeruzalem.