HomeActueel100 stellingen

100 stellingen

 

Honderd Stellingen bij Honderd Jaar Staatkundig Gereformeerde Partij

 

Aan alle politiek geïnteresseerde burgers van Nederland, in het bijzonder de staatkundig gereformeerden onder hen:

lectori salutem!

Met het oog op het bevorderen van helderheid van inzicht en gezondheid van denken en doen binnen en buiten reformatorische kring, alsook om het debat in de oudste politieke partij van ons land aan te moedigen, volgt een honderdtal stellingen die elk naar hun aard prikkelend of met enige korrels zout zijn bestrooid.

1.        Toen Guillaume Groen van Prinsterer zei: ‘In het isolement ligt onze kracht’, bedoelde hij daarmee dat de uitgangspunten van christelijke politici hecht verankerd moeten zijn in de Bijbel, zodat deze niet vatbaar zijn voor het virus van welke ondermijnende ideologie dan ook.

2.        Groen van Prinsterer, de grondlegger van de christelijke politiek in Nederland, doelde beslist niet op opsluiting in eigen christelijke organisaties; het ging hem om het beschermen van het beginsel, uitgedragen met een duidelijke overtuiging.

3.        Het publiek recht der gezindheden dat Groen van Prinsterer verdedigde, houdt in dat grondwettelijke vrijheden en rechten nodig zijn als bescherming tegenover een zich almachtig wanende staat. Dit beginsel is onverminderd actueel nu de huidige staat religieuze minderheidsgroeperingen steeds intoleranter bejegent.

4.        De laatste geloofsvervolging in Nederland dateert uit de eerste helft van de negentiende eeuw, was gericht tegen gereformeerde gelovigen die zich hadden afgescheiden van de Nederlandse Hervormde Kerk en werd nota bene verdedigd door de liberaal Johan Rudolf Thorbecke, die er een eigensoortig vrijheidsbegrip op nahield.

5.        Principieel verzet tegen staatsdwang in welke [subtiele] vorm dan ook, blijkt een rode draad in het ontstaan en voortbestaan van de SGP.

6.        Zonder kennis van het verleden weten we in het heden geen weg te vinden. [vgl. G. Holdijk]

7.        Het valt zeer te betreuren dat de historische, politiek-filosofische, staatsrechtelijke en bijbels-theologische kennis van de leden van de Staten-Generaal de laatste decennia zienderogen is afgenomen.

8.        SGP’ers waarderen de geschiedenis; dat is een groot pré in een samenleving waarin volgens velen verandering, vernieuwing en verbetering vanzelfsprekend samenvallen.

9.        Een SGP’er die zich eenzijdig oriënteert op het verleden dreigt ruggelings de toekomst in te struikelen.

10.     Ware christenen in de politiek oriënteren zich op het Koningschap van Christus dat alle tijden en plaatsen omvat.

11.     Omdat Jezus Christus alle macht in hemel en op aarde heeft [vgl. Matthéüs 28,18], is Hij ook Heer van de overheid. De overheid móet Christus dienen, of ze nu wil of niet. [vgl. D. Bonhoeffer]

12.     De principiële afwijzing van de volkssoevereiniteit door de SGP biedt geen valide argumentatie om de partij als een ondemocratische partij af te serveren. Genoemd beginsel staat niet eens in de Nederlandse grondwet.

13.     Wat succes heeft of wat bijval krijgt van veel mensen, is lang niet altijd heilzaam voor mens en samenleving; integendeel zelfs.

14.     Iedere democraat dient zich ervan bewust te zijn dat het gemakkelijker is om meerderheden te organiseren dan om minderheden te beschermen. Het laatste is echter essentieel wil een democratie ook rechtsstaat blijven.

15.     Tegenwoordig geven maar weinig staatsrechtkenners blijk van het besef dat Mozes de rechtsstaat al drie en een half millennium vooruit was, getuige de koningswet die staat beschreven in Deuteronomium 17,14-20.

16.     Secularisatie dringt ook door in de refo-cultuur. De zogeheten reformatorische zuil heeft in deze tijd te maken met innerlijke uitholling, te zien aan de afbraak van de innerlijke weerstand tegenover de wereld door gebrek aan een levend geloof. Bij gebrek aan levend water verwordt de reformatorische zuil tot een uitgedroogde zoutpilaar.

17.     Van een [refo]zuil straalt alleen neonlicht. [vgl. L.M.P. Scholten]

18.     Wie uniformiteit in de partij nastreeft, zit strak in het spoor van de verlichtingsfilosofie die behept is met ‘de vloek der eenvormigheid’ [vgl. A. Kuyper].

19.     Doperse wereldmijding staat tegenover calvinistisch roepingsbesef. Dat politiek een heilige roeping is [vgl. A.A. van Ruler], moeten alle protestanten vasthouden, in weerwil van doperse tendensen in kerk, theologie en samenleving.

20.     De uitdrukking doperse wereldmijding geeft uiting aan een benadering die gebaseerd is op de scheiding tussen schepping en verlossing. De wereld is in deze optiek afgeschreven, de christen heeft daarin geen wezenlijke taak en roeping. De schepping is volgens de Bijbels-gereformeerde visie echter niet een verloren en opgegeven terrein, maar een gebied dat door de genade hersteld en geheiligd wordt.

21.     Reformatorische kerken moeten meer zichtbaar zijn in het lokale publieke domein. Zij mogen het publieke christelijke getuigenis in daden en woorden niet delegeren aan christen-politici in de gemeenteraad.

22.     De herleving van doperse denkbeelden in politiek en samenlevingvloeit voort uit de teloorgang van het christelijk karakter van overheid en samenleving en het feit dat de kerk geen deel meer uitmaakt van de maatschappelijke orde. De kerk wordt daardoor meer en meer een contrasterende gemeenschap, die haaks staat op de samenleving en herkenbaarder is door haar krachtige identiteit. Deze realiteit leidt tot matiging van de traditionele gereformeerde opvattingen over theocratie als politiek beginsel.

23.     Vurige voorstanders van het onverkorte artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis [1561] lopen het brandgevaar de indruk te wekken dat deze geloofsbelijdenis slechts 21 woorden telt.

24.     Artikel 36 NGB is wel politiek relevant, maar geen politiek program. Het is de kransslagader van de SGP-visie genoemd [vgl. A.A. van der Schans], maar niet het kloppend hart.

25.     De SGP geeft veel aandacht aan artikel 36 NGB, terwijl toch het 37e slotartikel de climax van deze geloofsbelijdenis vormt. Deze eenzijdigheid treft men in gestolde vorm aan op de gevelsteen van het partijkantoor te Rotterdam, waarin slechts de halve slotsom van Prediker staat gebeiteld [12,13b]. Zoals volmaakte liefde de vrees uitdrijft [I Johannes 4,18], zo worden SGP’ers van wettische kramp verlost door het vertrouwenwekkend perspectief dat God uiteindelijk alle onrecht en uitbuiting zal rechtzetten.

26.     Guido de Brès, de opsteller van artikel 36 NGB, richtte zich niet alleen tegen Rome, maar vooral ook tegen de anabaptisten, met name hun dwaling van het religieus anarchisme. SGP’ers gaan voorbij aan deze focus indien zij het geloofsartikel als een mobiele brandspuit eerst richten op de Rooms-Katholieke Kerk, daarna op ‘de Islam’.

27.     Wat betreft haar voorkeur ten aanzien van ‘valsche godsdiensten’ lijkt de SGP het aloude adagium ‘liever turks dan paaps’ nu toch maar omgewisseld te hebben voor ‘liever paaps dan turks’.

28.     De politieke islam is niet het enige gevaar dat de democratische rechtsstaat bedreigt; het secularisme en het populisme zijn even zo riskant.

29.     Met haar verzet tegen multiculturalisme in de jaren ’80 was de SGP haar tijd zo’n drie decennia vooruit. Omdat F. Bolkestein en P.J. Scheffer geen gehoor vonden, kwamen de PvdA, VVD en andere politieke partijen pas in de jaren na de moord op W.S.P. Fortuyn tot andere inzichten.

30.     De SGP heeft het goed recht om onvervalst protestants te zijn, maar mag niet de illusie wekken dat de Rooms-Katholieke Kerk de laatste decennia niet is veranderd en zelfs bepaalde reformatorische inzichten heeft overgenomen, zoals meer aandacht voor de Bijbel en voor de noodzakelijkheid van een persoonlijk geloof. Bij tal van ethische kwesties zijn rooms-katholieken niet genoeg te waarderen bondgenoten.

31.     Preken voor eigen parochie past een politicus van de SGP niet, gelet op de anti-paapse wortels van de partij. Het is werpen van parels voor de zijnen [vgl. G. Bomans].

32.     De SGP is een volkspartij, dus haar vertegenwoordigers moeten de taal van het volk spreken. Geen tale Kanaäns of refo-taal om alleen de eigen achterban te bereiken, laat staan haar gehoor te strelen.

33.     Wanneer tijdredes, uitgesproken in SGP-kring, werkelijk op déze tijd, déze maatschappij, déze cultuur en de actuele politieke ontwikkelingen betrokken zijn, dan kunnen ze richtinggevend en stichtelijk zijn. Een tijdloze tijdrede is een contradictio in terminis.

34.     Ds. G.H. Kersten, de eerste voorman van de SGP, was zondermeer een pionier van de gewetensvrijheid. [vgl. A.A. Kluveld]

35.     Kersten zocht op allerlei manieren de aandacht van de media, bijvoorbeeld door met een auto vol schoolkinderen vanuit Yerseke naar huisartsen in Zwolle en Apeldoorn te rijden om voor hen een ontheffing van de vaccinatieplicht te verkrijgen. Het valt daarom niet uit te sluiten dat de founding father van de SGP vandaag de dag zou pleiten voor het gebruik van de zendtijd voor politieke partijen op radio en televisie voor een christelijk getuigenis.

36.     Het gebruik van internet en sociale media voor het geven van een christelijk getuigenis is een actuele toepassing van wat de Reformatoren deden met de drukpers. Het medium als zodanig is neutraal, alleen het doel waarvoor en de wijze waarop het wordt gebruikt niet.

37.     De organisatorische opbouw van de SGP is afgeleid van het gereformeerde kerkmodel, met plaatselijk zelfstandige kiesverenigingen. Dit houdt echter niet in dat besturen van kiesverenigingen zich als kerkenraden mogen gedragen, noch dat bij de toelating van leden tot de partij kerkelijke gebruiken worden gevolgd, behoudens de regel van periodiek aftreden.

38.     Een vergadering van een kiesvereniging heeft niet het karakter van een kerkdienst, maar zou dit wel zo zijn, dan geldt eens te meer dat vrouwen en mannen daar van harte welkom zijn. De suggestie moet worden vermeden dat het een doelstelling van de SGP zou zijn vrouwen te weren uit het politieke en maatschappelijke leven.

39.     Boze tongen beweren dat de SGP tegen vrouwen zou zijn. Quod non. Alle SGP’ers zijn voor vrouwen, zelfs de mannen.

40.     Eén van de beginselen van de SGP is het organisch kiesrecht, dat staat verwoord in artikel 8 van haar beginselprogram. Het is een merkwaardige gang in de partijgeschiedenis dat hieruit veel minder weerstand tegen het individuele kiesrecht en veel meer verzet tegen het vrouwenkiesrecht is voortgekomen.

41.     Al 100 jaar lang blijkt het organisch kiesrecht een volslagen onbruikbaar concept omdat een gezin als cel nooit een stabiel orgaan in de samenleving vormt; wie dat nastreeft, mist zowel biologisch als staatkundig inzicht.

42.     Iedere SGP’er die gezagsuitoefening in lijn met de Catechismus van Heidelberg [1563] fundeert op het vijfde gebod ‘Eert uw vader én uw moeder…’ zal het niet accepteren van vrouwen in politieke gezagsposities als een onbijbelse dwaling moeten bestrijden.

43.     Wanneer de Baracks van deze wereld hun verantwoordelijkheid nemen, hoeven de Deborahs niet de politiek in.

44.     Tegenover de feministische ideologie die vrouwen aan mannen gelijk wil maken, biedt een spiegelbeeldige ongelijkheidsleer geen steekhoudend verweer. Doordat in de partijstatuten vanaf 1996 een onderscheid werd aangebracht tussen de rechten van mannen en vrouwen, zijn de mannenbroeders van de SGP in de juridische fuik van het feminisme gezwommen.

45.     Was de SGP niet in 1918 opgericht, maar in 1881, dan had zij net als het Groothertogdom Luxemburg indertijd, principieel moeite gehad met een koningin als staatshoofd. Was de SGP daarentegen in 1981 opgericht, dan zou een actieve rol van vrouwen in de partij en het openbaar bestuur zonder dralen zijn geaccepteerd.

46.     Overigens is het niet alleen in taalkundig opzicht correct dat de SGP háár mannetje staat.

47.     Bij het verplichten tot het indienen van kandidatenlijsten die pas geldig zijn wanneer daarop mannen en vrouwen elk vijftig procent van de plaatsen innemen, zouden veel politieke partijen een groot probleem hebben om een lijst met voldoende kandidaten samen te stellen. De SGP kan dit soepel oplossen door na elke mannelijke kandidaat diens echtgenote te kandideren.

48.     Op 3 juli 1990 noemde staatssecretaris Elske ter Veld in een debat SGP-Kamerlid Bas van der Vlies terecht ‘een schatje’.

49.     De ARP poogde in 1934 met een voorstel tot invoering van een kiesdrempel de SGP uit de Tweede Kamer te werken. Dat het CDA in 2017 wederom een kiesdrempel voorstelde, mag dan ook weinig verrassend of origineel heten. Wel consistent.

50.     Het maatschappelijk ideaal van de SGP-voormannen Kersten en Zandt was in woord en geschrift de Gouden Eeuw, maar in hun politieke praktijk het laatste kwart van de 19e eeuw, toen Nederland ‘een gedoopte natie’ was.

51.     SGP-Kamerlid C.N. van Dis sr was fel gekant tegen vivisectie; ook stelde hij het doodknuppelen van zeehondjes aan de kaak. Had de SGP deze diervriendelijke benadering verder uitgerold, dan had de Partij voor de Dieren geen pootje aan de grond gekregen.

52.     Wie het gezag van God verwerpt, erkent op den duur ook niet meer het gezag van mensen, stelde SGP-Kamerlid H.G. Abma in de roerige jaren ’60 en ’70. Politiemensen ondervinden nu schier dagelijks de gevolgen van deze verwerping.

53.     SGP-Kamerlid J.T. van den Berg verzette zich in 1988 met een keur van argumenten tegen de verhoging van de maximumsnelheid van 100 naar 120 km/u. Als de SGP thans een verhoging naar 130 km/u billijkt, doet ze mee aan versnelling van de achteruitgang.

54.     Het huidige beginselprogram van de SGP is een mélangevan standpunten en uitgangspunten, terwijl alleen de laatsten hierin een plaats toekomen.

55.     Bezinning en gedachtewisseling in de kring van de SGP moeten niet alleen gaan over beginselen, maar ook over doeleinden en effecten van politiek handelen.

56.     Men zou kunnen zeggen dat de SGP op twee benen loopt: een politiek en een theologisch. Met haar politieke been staat de SGP volop in de 21ste eeuw, maar haar theologische been lijkt soms wel vastgezogen in de 19e eeuw. Het wordt hoog tijd om het theologisch been bij te trekken. De kunst is stevig de pas erin te houden en koersvast te blijven.

57.     De SGP loopt niet altijd achter op de ontwikkelingen in de maatschappij. Zo is na het vertrek van Kersten als partijleider van de SGP pas zo’n 25 jaar later de Nederlandse samenleving merkbaar gaan ontkerstenen.

58.     De typering van de SGP als ‘taliban op klompen’ kwam uit de koker van linkse supporters van strijdlustige moslimgroeperingen, zoals Fatah, Hamas en Hezbollah. Het zegt genoeg over de mate van onafhankelijk denken van journalisten die deze framing gretig overnamen.

59.     Het feit dat er in regio’s met veel SGP-jongeren geen trainingskampen zijn getraceerd maar wel bierketen, duidt niet zozeer op radicaal refo-fundamentalisme, eerder op een doorsnee ad-fundum-mentaliteit.

60.     De SGP is terecht blij met haar florerende politieke jongerenorganisatie. Maar de leus ‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’, is afkomstig uit nationaalsocialistische kring en moet daarom niet ál te enthousiast worden omarmd.

61.     Een SGP-jongere die zich louter profileert als conservatief, verkiest een vlak-uitgesleten brede weg boven het steil-gereformeerde smalle pad, en loopt niet in het spoor van Bunyans pelgrims progressie.

62.     Het is een verademing dat de Stichting met de lange naam in haar orgaan het oude spoor heeft verlaten door anders sporende SGP’ers niet langer persoonlijk aan te vallen of in geestelijke zin de maat te nemen.

63.     Na 100 jaar wordt het ontbreken van een Limburgse SGP-kiesvereniging toch wel een pijnlijk gemis. Het zou binnen de partij beter toeven zijn als ook eens van buiten de Biblebelt invulling gegeven gaat worden aan het begrip ‘verse vlaai’.

64.     De enorme spanningen in de eurozone bewijzen de juistheid van het afwijzende SGP-standpunt in de jaren ’90 over de vorming van de Economische en Monetaire Unie en de invoering van de euro.

65.     Goede ethische kaders voor een gezonde economie hebben niet alleen betrekking op zondagsrust en verantwoorde reclame-uitingen. Een matiging van de ongelijkheid hoort daar nadrukkelijk bij; denk aan de kwijtschelding van schulden in het jubeljaar [Leviticus 25].

66.     Het enkel toekennen van bonussen aan topmanagers is een navrante miskenning van de bijdrage van alle andere werknemers. Inkomens van bestuurders aan de top moeten wettelijk worden begrensd op een maximum van 15 keer het gemiddelde uurloon van werknemers in dezelfde onderneming of organisatie. Een goede baas die meer wil verdienen verplicht zich ertoe ook meer loon te betalen aan zijn personeel.

67.     Karl Marx [1818-1883] vroeg zich af of de [westerse] mens in staat is het eigene van mens en natuur te behoeden voor het mateloze van de markt. De praktijk wijst uit dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord.

68.     Rust is kwetsbaarder dan onrust. De overheid heeft de opdracht het kwetsbare te beschermen. Dit geldt niet alleen bijzondere mensen, dieren, planten en panden, maar ook de zondag.

69.     Pure verarming van de politiek: alleen datgene van waarde achten wat we kunnen meten, wegen, tellen, berekenen en waarnemen met onze zintuigen.

70.     De maatschappelijke winst en bijdrage aan de toekomst van de samenleving door eenverdienersgezinnen wordt zwaar onderschat, zeker niet alleen door het Centraal Planbureau.

71.     Misschien gaan ’s lands rekenmeesters het moederschap meer op waarde schatten als zij bedenken dat ieder welopgevoed kind in het werkzame leven gemiddeld rond de 1,1 miljoen euro aan de publieke middelen bijdraagt.

72.     Kinderen zijn veel meer dan onze belastingbetalers van de toekomst. Maar de politicus die zelfs dat niet beseft, is dubbel kortzichtig. Waarschijnlijk komt dit door enkel aan de volgende verkiezingen te denken, niet aan de volgende generatie.

73.     Introductie van meerouderschap, waarbij en passant de grondstructuren van de samenleving worden omgewoeld, is een liberale kruistocht voor meer bevoogding, paternalisme en bemoedering, waarbij het nageslacht stiefkinderlijk wordt bedeeld.

74.     Gendermainstreaming van beleid is een schoolvoorbeeld van het top-down opdringen van ideologisch geladen concepten: vanuit de Verenigde Naties via de Europese Unie wordt dit nu opgelegd aan het Nederlandse volk. Het is een gotspe een [al dan niet bisschoppelijke] SGP’er intolerantie te verwijten als die zich daar moedig tegen verzet.

75.     Het relationele mensbeeld in de Bijbel overstijgt dat van het individualistische of collectivistische mensbeeld dat respectievelijk door liberalen en socialisten wordt aangehangen.

76.     De moderne mens pretendeert een autonoom en onafhankelijk individu te zijn, maar is in feite afhankelijker geworden van de techniek, de overheid en allerlei vormen van verslaving.

77.     Het is zeer zorgelijk dat in Nederland het antisemitisme weer toeneemt als gevolg van de dominantie van seculier geloven en de toename van islamitisch DENKen.

78.     Zijn wonderen de wereld uit? Nee, want in 1918 was met geen mogelijkheid te verwachten dat het eeuwfeest van de SGP zou samenvallen met het 70-jarig bestaan van de staat Israël: mazzeltov! ‘Wie niet in wonderen gelooft, is geen realist.’ [D. Ben-Goerion]

79.     Een ruimhartiger acceptatie van de vrijheid van godsdienst wordt bij menig SGP’er verhinderd door de Bijbels-theologische opvatting dat religies geen gelijke waarheid en dus ook geen gelijke rechten bezitten. Dit laat onverlet dat vertegenwoordigers van de SGP mogen opkomen voor hun diepste religieuze overtuigingen. De theocratische spanning doet zich vooral voor zodra de godsdienst zich manifesteert in het publieke domein van de samenleving.

80.     Een staatsrechtelijke acceptatie van de vrijheid van godsdienst moet door de SGP ongereserveerd worden uitgesproken. Doet zij dat niet, dan zal dit ten nadele van haar eigen maatschappelijke positie kunnen uitwerken. Het is een zegen van de democratische rechtsstaat dat zij aan alle religies, voor zover die het ambt van de overheid niet ondergraven, ruimte geeft. 

81.     De interne verdeeldheid in de SGP met betrekking tot de visie op theocratie en godsdienstvrijheid maakt de partij vleugellam en doet afbreuk aan haar boodschap. Zolang SGP’ers Godsregering en godsdienstvrijheid als elkaar uitsluitende zaken zien, gaat de kogel niet door de moskee.

82.     Tolerantie moet niet geaccepteerd worden als een onontkoombaar lot, tegen wil en dank door de praktijk afgedwongen, maar als een principiële zaak. We hebben de ander zelfs nodig om de waarheid te verstaan [vgl. A.A. van Ruler].

83.     Relativisme is de politieke en bestuurlijke dood in de pot. Er is een verband tussen gerechtigheid, het goede en de waarheid, evenals onrecht, het kwade en de leugen verband met elkaar houden.

84.     Een politieke partij moet principieel zijn, anders ondergraaft zij haar grondslag. Wie echter niet rekent met de praktijk, is niet principieel genoeg, want principes vragen altijd om praktische realisatie. Prinzipienreiterei führt zum Teufel [vgl. M. Luther] en miskent ook het ‘kennen ten dele’ van de christen op zijn pelgrimsreis.

85.     Bij het smeden van politieke compromissen biedt de deugdenethiek met haar accent op wijsheid en waarden voor een SGP-bestuurder meer houvast in concrete situaties dan de plichtenethiek met haar nadruk op universele normen.

86.     Seculiere politici die zeggen voor de scheiding van kerk en staat te zijn, blijken ineens niet thuis te geven als de SGP ook een scheiding tussen sport en staat bepleit. Het getuigt immers niet van neutraliteit om publieke middelen te spenderen aan de bouw van c.q. samenkomsten in voetbaltempels en tenniswalhalla’s.

87.     De vertechnisering van de politiek en de versmalling van haar inhoudelijke doelen tot economische kwesties maken de politiek zielloos en politici ademloos. De media storten zich vervolgens op allerlei incidenten en hypes, ten koste van inhoudelijke analyses van waar het in politiek en samenleving werkelijk om te doen is.

88.     Politici die zich primair laten leiden door wetenschappelijke zekerheden, zien over het hoofd dat mensen niet goed kunnen [samen]leven zonder een gemeenschappelijke basis van vertrouwen.

89.     De politiek heeft vooral een forse dosis gezond verstand nodig. [vrij naar G.T.M. Visser]

90.     Wil de SGP in een internationaliserende politieke constellatie voor christenen wereldwijd gereformeerd staatkundig inspirerend zijn, dan dient zij ook warme gastvrijheid te betrachten voor niet-Oranje-fans, mits deze gehoorzaam zij aan hun hemelse Koning.

91.     Gelet op de door democratische teloorgang kwetsbaar wordende positie van minderheden, doet de SGP er goed aan meer aandacht te geven aan een constitutioneel hof dan aan een koninklijk hof.

92.     De preoccupatie met Oranje gaat inmiddels zo ver dat partijleden zich daarmee zonder schroom de das omdoen.

93.     Het schijnt weinig SGP’ers te deren dat Nederland tijdens zijn calvinistische bloeiperiode een republiek was. Ons land is in feite nog steeds een republiek maar dan een buitengewone, met een door erfopvolging aangewezen staatshoofd. [vgl. prins Claus von Amsberg]

94.     De amputatie van het Wilhelmus door de SGP moet ongedaan worden gemaakt. Wie uitsluitend de coupletten 1 en 6 zingt, doet alsof de naam van onze vader des vaderlands uit niet meer dan twee letters bestaat.

95.     Zeeuwen zullen terecht van mening zijn dat de jubileumviering ter gelegenheid van een eeuw SGP niet in de oudste stad van Holland, maar in de hoofdstad van Zeeland behoort plaats te vinden.

96.     De SGP is de enige Nederlandse politieke partij die al een eeuw op de eeuwigheid gericht is.

97.     ‘De SGP is nu zoals ik vroeger wenste dat zij toen zou zijn.’ [M. Golverdingen]

98.     Het houvast van de SGP ligt niet in traditionele vanzelfsprekendheden, maar in het Woord van de levende God dat mens en maatschappij vernieuwt. [vgl. Romeinen 12,2]

99.     Als omstandigheden wijzigen kunnen nieuwe middelen en methoden nodig zijn om oorspronkelijke doelstellingen te realiseren. ‘Soms moet je veranderen om dezelfde te blijven.’ [H.G. Abma]

100.  Om haar identiteit te behouden, moet de Staatkundig Gereformeerde Partij zich altijd weer reformeren: Factio reformata semper reformanda.

.

Gedaan te Dordrecht,

door Ries van Maldegem, Jan Schippers en Klaas van der Zwaag, [oud]-redacteuren van het tijdschrift Zicht,

uitgave van het Wetenschappelijk Instituut voor de SGP,de 24ste van de grasmaand anno Domini MMXVIII. 

Nota bene: de inhoud van deze stellingen strookt niet noodzakelijk met de mening van de stellers of hun adviseurs. Wel vinden zij allen dat de beste stellingen van hout zijn.

 

 

Getob over topsalarissen

Getob over topsalarissen

2 mei 2018
Mededeling bestuur WI-SGP

Mededeling bestuur WI-SGP

30 apr. 2018
100 stellingen bij 100 jaar SGP

100 stellingen bij 100 jaar SGP

24 apr. 2018
Impressie symposium Waarheen met de SGP?

Impressie symposium Waarheen met de SGP?

23 apr. 2018
SGP brengt voor het eerst in 100 jaar glossy uit

SGP brengt voor het eerst in 100 jaar glossy uit

19 apr. 2018 | SGP
Déjà vu 5 - Vuile handen

Déjà vu 5 - Vuile handen

6 apr. 2018
Nieuwe Zicht: Israël 70 jaar

Nieuwe Zicht: Israël 70 jaar

26 mrt. 2018
Déjà vu 4 - Referendum

Déjà vu 4 - Referendum

26 mrt. 2018
Goede rentmeester overbrugt kloof tussen mens en natuur

Goede rentmeester overbrugt kloof tussen mens en natuur

20 mrt. 2018